Informatie aanvragen Pleegzorgorganisaties

Naar (t)huis

door Joram Frank, pleegvader


Vandaag gaan we naar huis, de vakantie is over. Dit zei ik zonder na te denken tegen onze pleegdochter. Er verscheen een glimlach op haar gezicht. Al snel had ik door dat het misschien van mij niet de juiste formulering was. Thuis, waar je prinsessenkamer is, en het roze behang met bloemetjes, voegde ik er snel aan toe. Ze keek me bedenkelijk aan. Ze was ruim twee weken bij ons en we waren al op vakantie. Het was voor haar komst al gepland dus hebben we haar meegenomen. Wij hebben het geluk iets buiten de drukke stad te hebben in het mooie Friesland. Daar is voor ons ook thuis.

Thuis, vreemd woord eigenlijk, ik zoek het op in het woordenboek. Het woordenboek zegt heel mooi als omschrijving: ‘Thuis, een plek waar iemand woont en zich veilig voelt’. Ik frons mijn wenkbrauwen bij het lezen van veilig. Zoveel kinderen leven in angst, worden mishandeld en voelen zich thuis juist niet veilig. Voor deze kinderen is thuis waar je vandaan komt, thuis is waar je ‘echte’ ouders zijn. Thuis is wat je mist als je er niet mag zijn, waar je over droomt, waar je heimwee naar hebt.

Ik vraag me af of ons kleine meisje, ons huis als haar thuis zal gaan zien. Of haar gemis zal slijten en of ze aan ons zal gaan hechten. Met onze pleegzoon is het gelukt, hard werken, maar hij was in staat om met ons een nieuwe verbintenis aan te gaan. Gaat haar dat ook lukken? In de auto vanuit Friesland onderweg naar huis valt ze al snel in slaap. Haar gesnurk overstemd de radio. Als ik in mijn spiegel kijk zie ik haar zitten, vredig, in diepe slaap. Onze pleegzoon die naast haar zit, houdt haar handje vast, liefdevol, als een grote broer. Er verschijnt een glimlach op mijn gezicht. Ik kijk mijn man aan die naast me zit. Mijn blik zegt hem genoeg. We zijn gelukkig.

Als we Amsterdam in rijden, vraag ik aan onze pleegzoon of hij zijn zusje wakker wil maken. Hij wrijft over haar wang en ze ontwaakt, langzaam wennen haar ogen aan het licht en kijkt ze slaperig om zich heen. We rijden onze straat in en ik parkeer de auto voor de deur. In ons portiek kijkt ze verdrietig. ‘Dit is niet thuis’, zegt ze. Haar teleurstelling is groot. Na lang twijfelen gaat ze toch haar kamer bekijken. Zie je lieverd, dit is jouw kamer, met jouw bed, jouw spulletjes. Ze begint te huilen. Dikke tranen rollen over haar wangen. ‘Dit is niet thuis’, brult ze, ‘thuis is bij mama’. Ze is ontroostbaar. We gaan op haar bed zitten en al snel komt ze bij me op schoot. ‘Ik mis mama, ik wil naar huis’, stamelt ze. Haar intense verdriet gaat recht mijn hart in, ik huil met haar mee.

Een paar dagen later gaat ze samen met mijn man boodschappen doen. Na een tijdje hoor ik ze weer binnen komen. De stilte die even in huis was wordt doorbroken door een kinderstemmetje dat roept: ‘Papa, ik ben thuis’.

[Joram is samen met zijn man pleegvader van Aron (7) en Minnie (3)]

Vanwege hun privacy zijn de namen van Aron en Minnie gefingeerd. Deze column verscheen eerder in Metro als winnende ingezonden lezerscolumn en in Binding – magazine van Spirit voor pleegouders

Foto: Dirk P.H. Spits

>> Ook pleegouder worden? Vraag een informatiepakket aan.

Actie 'Doneer je sporthek'